Een ukelele-akkoorddiagram is een bovenaanzicht van de eerste vier of vijf frets van de hals. De vier verticale lijnen staan voor de vier snaren. In standaardstemming zijn dat van links naar rechts G, C, E en A. De horizontale lijnen zijn de frets, en de dikke balk bovenaan is de topkam, het stukje bot of kunststof dat de open snaren scheidt van de gegrepen posities.
Stippen laten zien waar je je vingers neerzet, en het cijfer in elke stip vertelt welke vinger je gebruikt: 1 voor de wijsvinger, 2 voor de middelvinger, 3 voor de ringvinger en 4 voor de pink. Een open cirkel boven een snaar betekent dat je die snaar open speelt, zonder vinger erop. Een × betekent dat je de snaar dempt of hem helemaal overslaat als je strumt.
Staat er een getal naast het diagram (bijvoorbeeld 5fr), dan is het diagram de hals opgeschoven en is de bovenste getoonde fret eigenlijk de vijfde in plaats van de eerste. Zo worden akkoorden in hogere posities en barré-akkoorden getekend zonder een lang, smal diagram te forceren.
Het voorbeeld hier is een A-majeurakkoord. Druk de G-snaar op de tweede fret in met je middelvinger en de C-snaar op de eerste fret met je wijsvinger. De kleine o-symbolen op de E- en A-snaar vertellen je dat je die open laat klinken. Voor een uitgebreidere doorloop met audio, zie de gids ukelele-akkoorddiagrammen lezen.

